Heleen Devriese, projectverantwoordelijke Trahom

Heleen Devriese, projectverantwoordelijke Trahom

Een hoger diploma opent niet alle deuren

Maarten springt nog altijd verder met zijn hoger diploma dan Mohammed. Uit onderzoek van de hogeschool Vives naar de prestaties van hoogopgeleide jongeren blijkt dat een migratie-achtergrond een belemmerende factor blijft op de carrièreladder. De jonge gediplomeerde Belgen uit het onderzoek zijn in Vlaanderen opgegroeid. Alleen hun naam en eventueel hun huidskleur verwijzen nog naar de vreemde origine van hun ouders of grootouders. De Nederlandse taal is al lang geen struikelblok meer. Maar wat dan wel?

Jongeren met vreemde roots struikelen op de arbeidsmarkt

Sowieso is de instroom lager. Jongeren met een migratie-achtergrond zijn ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs. Vervolgens hebben ze het als student moeilijker om een goede stageplaats te vinden. En op het eind van de rit wacht er nog een teleurstelling: ze hebben minder kans om een job te vinden op hun niveau. Heleen Devriese was projectverantwoordelijke van het lerend netwerk Trahom, dat de doorstroom van studenten met een migratie-achtergrond onderzocht. Zij zet voor ons de belemmerende factoren en mogelijke oplossingen op een rijtje.

Niet aanwezig in het netwerk

Bij kleine, regionale bedrijven wordt er vaak informeel gerekruteerd. Het personeel zoekt binnen de eigen kring van familie en vrienden naar nieuwe collega’s. Jongeren die geen link hebben met medewerkers binnen het bedrijf, worden op die manier niet bereikt. Vooral pioniersstudenten (de eerste uit een familie die hoger onderwijs volgt) voelen dit gebrek aan persoonlijke contacten aan als een gemis. Heleen Devriese raadt studenten aan om een gemengd sociaal netwerk op te bouwen, niet alleen op school, maar ook in verenigingen, studentenclubs en tijdens vakantiejobs.

Bij het team passen

Bedrijfsleiders hebben niet alleen een voorkeur voor jongeren die ze via-via kennen, maar ook voor kandidaten die op zichzelf of hun collega’s lijken. Ze hebben de neiging om herkenbare profielen aan te werven, vergelijkbare varianten van de medewerkers die al in het bedrijf actief zijn. De sollicitanten die bij hun leefwereld en die van het team passen, maken meer kans op de job.

Ongecompliceerd over je afkomst

Jongeren die onzeker en gevoelig zijn over hun achtergrond, kunnen door slechte ervaringen tijdens het solliciteren, beginnen twijfelen aan zichzelf. Op die manier komen ze in een negatieve spiraal terecht. Jongeren die goed in hun vel zitten, hebben minder last van racisme en vooroordelen. Ze hebben een manier gevonden om rationeel en ongecompliceerd met hun roots om te gaan en stralen dat af op hun omgeving. “Tijdens een sollicitatiegesprek durven ze zelf over hun afkomst te beginnen. Ze trappen die deur zelf in, wat een werkgever geruststelt. Maar op die leeftijd hebben mensen vaak nog niet zoveel lef en zelfvertrouwen. Zoiets kun je ook niet aanleren, dat moet in je karakter en persoonlijkheid zitten.”

Voorbeeldfiguren nodig

Jongeren met een migratie-achtergrond zoeken naar voorbeeldfiguren die het pad voor hen geëffend hebben. Ze voelen zich aangetrokken tot bedrijven en organisaties in grote steden die durven uitpakken met hun diversiteit. “Traditionele bedrijven in landelijke gebieden hebben het moeilijk om jongeren met buitenlandse roots aan te trekken. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze geen sterk imago hebben bij die doelgroep. En als ze niet solliciteren, kun je ze ook niet aanwerven,” legt Heleen Devriese uit.

Cruciale momenten

Een interessante stageplaats en goede startersjob zijn van cruciaal belang voor het verdere verloop van je carrière. Jongeren met een migratie-achtergrond moeten meer moeite doen om ergens binnen te geraken. Daardoor verlagen ze hun verwachtingen of happen ze te snel toe als er zich een kans voordoet. Zo halen ze niet het maximum uit de mogelijkheden die hun diploma biedt.

De resultaten van het onderzoek aan Vives geven geen rooskleurig beeld, maar komen niet als een verrassing. De OESO zet België al jaren met het schaamrood op de wangen op het vlak van integratie en gelijke kansen voor nieuwkomers. Veel werkgevers willen wel diversifiëren maar weten niet goed hoe. Ze hebben ondersteuning nodig. Binnen Trahom werden er daarom vier workshops georganiseerd voor bedrijfsleiders. Heleen Devriese: “Het belangrijkste is dat ze over de problematiek nadenken, zich bewust worden van de (onbewuste) discriminatie binnen hun bedrijf en op zoek gaan naar strategieën om daar verandering in te brengen.”