Jacques Goethals, gepensioneerd zaakvoerder van Linière de Courtrai

Jacques Goethals, gepensioneerd zaakvoerder van Linière de Courtrai

Ze arriveerden met een kartonnen doos onder hun arm

De vlasspinnerij Linière de Courtrai is in 1864 opgericht door de grootvader van Jacques. In de jaren 50 wordt het moeilijk om nog personeel te vinden. Het is zwaar en vuil werk in het vlas. Textielarbeiders gaan liever naar een katoenspinnerij.

In hun zoektocht naar werkvolk, gluurt de familie Goethals in de jaren 50 ook over de grens. In de Franse textielfabrieken werken al heel wat Marokkanen en Algerijnen. Van bevriende Franse bedrijfsleiders krijgen ze het advies om niet te mengen tussen beide nationaliteiten. Linière de Coutrai kiest voor Marokkanen.

De lonen liggen hoger in België dan in Frankrijk. Ook de verlofregeling en de ziekteverzekering is beter bij ons. Dat motiveert de Marokkaanse gastarbeiders om de grens over te steken. Al snel vinden ze in West-Vlaanderen ook jobs voor hun vrienden en familieleden. De nieuwkomers arriveren meestal niet met een valies, maar met een kartonnen doos. Na hun eerste dag komen ze hun loon al vragen, omdat ze voor de rest niets hebben.

De arbeidsmigranten brengen praktische uitdagingen mee voor het bedrijf. Ze hebben niet alleen een huis nodig, ze moeten ook nog leren hoe ze een stoof aansteken. Jacques herinnert zich ook een vervelend incident met schurft. De huisdokter kon het niet oplossen, de rest van het personeel dreigde met staking en verschillende overheidsdiensten werden bij het probleem betrokken. De mensen kregen uiteindelijk de juiste behandeling, maar ook de fabriek en de huizen moesten volledig ontsmet worden.

Door de nieuwkomers ontstaat er ook een taalprobleem in het bedrijf. Linière de Courtrai was bij wet verplicht om alles in het Nederlands te doen, maar dat lukte niet. De Marokkanen spraken amper Frans. Omgekeerd hadden zij ook weinig kennis van Berbers of Arabisch. De communicatie verliep moeizaam en met veel handgebaren. Gelukkig was het werk in de vlasspinnerij eenvoudig om uit te leggen en aan te leren.

Jacques was tevreden over de inzet en werkattitude van de nieuwkomers, behalve tijdens de verlofperiode. Ze kregen 2 weken voor een bezoek aan Marokko, maar bleven vaak een volledige maand weg. Bij terugkeer stonden ze dan wel aan zijn bureau met een cadeau voor meneer de directeur.

Het bedrijf stelde een tiental Marokkanen te werk, op een totaal van honderd werknemers. Een lange traditie met gastarbeiders heeft het bedrijf niet gekend. In 1962 deed de vlasspinnerij de boeken toe.

INTERVIEW