Karel Debaillie, gepensioneerd zaakvoerder van een vetsmelterij en huidenverwerker

Karel Debaillie, gepensioneerd zaakvoerder van een vetsmelterij en huidenverwerker

Het minimumloon was drie keer zo hoog als in Marokko

Karel stond in de jaren 70 aan het hoofd van twee bedrijven die vandaag niet meer bestaan: Huiko en Debaillie. Bij Huiko werden dierenhuiden bewerkt, bij Debaillie werd dierlijk vet omgezet in veevoeder en andere producten. Het was zwaar werk, in dag- of nachtploegen van 12 uur. In de regio Kortrijk was er een enorme krapte op de arbeidsmarkt ontstaan. Door de exponentiële groei van Barco, Prado en Bekaert, was het bijna onmogelijk om voor Huiko of Debaillie nog arbeiders te vinden.

Op een dag geeft Karel een lift aan een Tunesische student, die hem wil helpen met zijn personeelstekort. De Tunesiër zoekt in zijn thuisland naar goede werkers voor Karel. Er komen er twee naar West-Vlaanderen, maar voor de rest staan de Tunesiërs niet te springen om te emigreren. Er is genoeg werk in eigen land.

Debaillie trekt vervolgens naar het station van Rijsel, een officieuze rekruteringsplaats voor Noord-Afrikaanse werkzoekenden. Hij zoekt Berbers, die hij beschouwt als de West-Vlamingen van Marokko: hardwerkend en no-nonsens. Bovendien zijn ze geen luxe gewend en stellen ze niet veel eisen.

Hij is tevreden over de nieuwkomers. Ze werken aan een stevig tempo en zijn sterk genoeg om de hele dag met dierenhuiden van 25 kilo te sleuren. Als hij eenmaal een paar Berbers in dienst heeft, gaat het gemakkelijk om er nog meer aan te werven. De werknemers rekruteren voor Karel binnen hun eigen netwerk van familie en kennissen. Er is enorm veel werkloosheid in Marokko, de interesse is groot.

Debaillie betaalt het minimumloon, wat tot 3 keer zoveel is als een wedde in Marokko. Hij laat de gastarbeiders in zijn eigen arbeidershuisjes wonen. Ze krijgen elk jaar één maand vakantie om naar huis te gaan. Maar de fabrieken blijven wel het hele jaar door draaien. Karel werkt een regeling uit waardoor ze om de beurt op verlof kunnen en elkaar kunnen aflossen.

Het botst regelmatig tussen Karel en de administratie, de vakbonden of lokale hulporganisaties. Maar er zijn ook veel mooie momenten. Karel gaat naar trouwfeesten in Tunesië en Marokko en koopt elk jaar een schaap om het einde van de ramadan samen met zijn werknemers te vieren.

Volgens Karel is migratie niet alleen maar positief. Met de goede werkers kwam ook ‘den brol’ mee. Hij vindt dat de gastarbeiders zich moeten aanpassen. Ze mogen blijven zolang we ze nodig hebben, maar moeten ook weer vertrekken als er geen werk meer voor ze is.

INTERVIEW