Carlos Vanwijnsberghe, zaakvoerder van een slachterij

Carlos Vanwijnsberghe, zaakvoerder van een slachterij

De Belgen willen dit werk niet meer

De familie Vanwijnsberghe is al verschillende generaties actief in de kippensector. In de jaren 60 werkte Carlos mee in de slachterij van zijn neven. Ze kwamen continu handen te kort. De Belgen wilden geen kippen meer slachten, bewerken en verpakken. Ze trokken naar Lens in Frankrijk om Marokkaanse nieuwkomers een job aan te bieden en via de ambassade werden arbeidscontracten geregeld voor 10 Tunesiërs.

Zijn neven vlogen persoonlijk naar Tunesië om hun 10 nieuwe kippenslachters op te halen. Bij aankomst kregen ze een huis om in te wonen en een brommer om mee naar het werk te rijden. De mannen spaarden voor hun familie. Als ze genoeg geld hadden verzameld, lieten ze hun vrouw overkomen. De kinderen worden bijna allemaal in België geboren.

Vandaag werken er ook veel buitenlanders in het kippenbedrijf van Carlos. Vroeger waren het vooral Marokkanen en Tunesiërs, vandaag zijn het eerder Polen, Bulgaren, Turken en Portugezen. Voor niet-Europeanen is het moeilijk geworden om een werkvergunning te krijgen. Ook de kinderen van inwijkelingen ondervinden soms problemen met hun werkvergunning, omdat hun ouders hen bij de geboorte of aankomst niet correct hebben geregistreerd. Soms moeten zij naar Nederlands of Spanje om via een omweg hun papieren geregeld te krijgen.

Kip is een populair product in de moslimgemeenschap. Carlos heeft zich de jongste jaren gespecialiseerd in Halal-vlees. Hij heeft de technieken geleerd en een afzetmarkt gevonden bij heel wat Halal-slagerijen en –winkels in Vlaanderen. Hij verkoopt rechtstreeks en geniet het vertrouwen van de moskeeën. Hij heeft vijf moslims in dienst, allen zij mogen slachten voor de Halal-markt. Carlos helpt ook elk jaar met het slachten van honderden schapen voor het Offerfeest. Dan wordt er een extra tent op de koer gezet om alle moslims uit de streek te ontvangen.

Vroeger werd er met de Tunesiërs en Marokkanen vooral in het Frans gecommuniceerd. Vandaag merkt Carlos dat nieuwkomers veel gemotiveerder zijn om Nederlands te leren. Daarvoor werken ze best in een gemengde groep. Binnen een ploeg met veel Turken wordt er tijdens het werk vooral Turks gepraat. Dat is niet bevorderlijk voor hun Nederlands, maar ook niet gezellig voor de anderstaligen die met hen samenwerken. Die collega’s voelen zich dan buitengesloten.

Carlos kan zijn bedrijf niet draaiende houden zonder de hulp van buitenlanders. De overheid zou een manier moeten vinden om werkloze Belgen beter te activeren.

INTERVIEW