Cyril De Groote, gepensioneerd personeelsdirecteur van De Kortrijkse Katoenspinnerij

Cyril De Groote, gepensioneerd personeelsdirecteur van De Kortrijkse Katoenspinnerij

Na het werk moesten ze hun plan trekken

In de jaren 60 en 70 kent de economie in West-Vlaanderen een ongeziene groei. Vooral in de textielsector komen ze handen te kort. De lonen bij bedrijven als Bekaert liggen hoger. In het textiel blijven ze zitten met de overschotten op de arbeidsmarkt, niet meteen de meest hardwerkende of betrouwbare werknemers.

Bij De Kortrijkse Katoenspinnerij moeten de machines regelmatig worden stilgelegd, omdat er geen personeel is om ze te bedienen. De klanten klagen omdat ze te lang moeten wachten, de bazen lopen nerveus. Met de andere textielbedrijven is afgesproken dat ze elkaars personeel niet meer gaan afpakken. Dat is nu eenmaal geen goede oplossing. Maar wat dan wel? Cyril staat onder zware druk om arbeiders te vinden.

Hij stelt de raad van bestuur voor om met een bus naar Marokko te rijden, om daar ter plaatse werknemers te gaan ronselen. Hij kan ze niet overtuigen, maar hij krijgt wel budget om een busje aan te kopen. Daarmee schuimt hij in het weekend de cafés en cultuurhuizen van Noord-Frankrijk af, op zoek naar arbeiders. Het leverde bijna niets op. De Kortrijkse Katoenspinnerij is er nooit in geslaagd om veel arbeidsmigranten aan te trekken. Het ging amper over een twintigtal Marokkanen en Fransen en een handvol Tunesiërs en Portugezen.

In zijn hele carrière heeft Cyril maar twee arbeidsmigranten moeten afdanken. Eén charmeur die meer achter de meisjes zat dan werkte. En een Tunesische ingenieur, die door Interpol blijkbaar gezocht werd als terrorist. Dat was toch wel even schrikken. Maar voor de rest allemaal goede werkkrachten, die ook dankbaar en respectvol waren tegenover hun bazen. Na het verlof kwamen ze bij Cyril thuis aankloppen, met lelijke souvenirs die ze voor hem meebrachten uit Marokko. Cyril voelde zich daar ongemakkelijk bij en probeerde het meebrengen van geschenken te ontmoedigen.

De arbeidsmigranten kwamen toe in West-Vlaanderen en moesten hun plan trekken. Het bedrijf hielp niet met huisvesting of papieren. Cyril geeft toe dat ze niet echt gastvrij of vriendelijk waren. Ze waren alleen maar geïnteresseerd in hun arbeid, waarvoor ze hen wel evenveel betaalden als een Vlaming. De meeste leerden snel een mondje Nederlands en deden hun best om te integreren. Een enkeling werd zelfs opgenomen in het gezin van een Vlaamse collega, waar hij elke avond mocht mee-eten.

INTERVIEW