Laurence Bailly, arbeidster bij Lutosa

Laurence Bailly, arbeidster bij Lutosa

Ik mag het grensstatuut behouden tot aan mijn pensioen

Laurence pendelt al bijna 20 jaar tussen Noord-Frankrijk en West-Vlaanderen. Haar eerste job over de grens was bij een toeleverancier van de auto-industrie. Daarna werkte ze enkele jaren bij een producent van CD’s en DVD’s. Vandaag is ze in dienst bij Lutosa, een producent van frietjes en andere aardappelproducten.

Ze is niet de enige grensarbeider in het bedrijf. Meer dan 80 procent van haar collega’s wonen in Frankrijk. Ze pendelen samen, dat is gezelliger en goedkoper. Het is 55 kilometer van haar voordeur tot aan de fabrieksdeur, dat maakt 110 kilometer per dag. Laurence werkt ’s nachts, van 22u tot 6u. Vroeger was dit de enige shift die ze als alleenstaande moeder kon combineren met de zorg voor haar zoon. Intussen is die zoon volwassenen, maar blijft ze ’s nachts werken. Er zijn dan geen files op de baan en het verdient ook nog altijd iets beter.

Laurence valt nog altijd onder het fiscaal gunstig statuut van grensarbeider. Ze mag dit statuut behouden tot aan haar pensioen. De Franse collega’s die na 2012 in Vlaanderen kwamen werken, kunnen geen gebruik meer maken van dit grensstatuut. Toch zijn er volgens Laurence nog andere financiële voordelen die de grensarbeid interessant maken: de kilometervergoeding, de verlofpremie en de nieuwjaarspremie.

Aangezien ze al haar hele leven in Vlaanderen werkt, heeft ze al een paar keer overwogen om naar Vlaanderen te verhuizen. Maar door zo’n verhuis zou ze het fiscaal voordeel van haar grensstatuut verliezen en dat heeft ze er niet voor over. Volgens Laurence wordt er harder gewerkt in Vlaanderen dan in Frankrijk. Het tempo ligt hoger, maar zij vindt dat juist fijn. Ze krijgt meer voldoening van haar werk als het goed vooruitgaat.

INTERVIEW