Mohammed Gacem, Gepensioneerde textielarbeider

Mohammed Gacem, Gepensioneerde textielarbeider

Het is niet gelukt om terug te keren

Mohammed groeit op tijdens de oorlog tussen Algerije en Frankrijk. Na het conflict blijft een land in puin achter. Alles is kapot en de economie ligt op z’n gat. Hij is 24 jaar wanneer hij naar Frankrijk vertrekt. Hij begint te werken in een textielfabriek in Roubaix, tot hij plots een beter aanbod krijgt uit Vlaanderen.

Mohammed gaat aan de slag Delvoye, een koordenfabrikant in Bellegem. Het is ongezond werk in een stoffige fabriek. Als hij 's avonds zijn neus snuit, is zijn zakdoek helemaal blauw. Hij blijft er een paar jaar werken, tot hij aan de slag kan bij het textielbedrijf BST. Daarna werkt hij ook nog bij Cedac in Wevelgem, waar ze metalen bedden maken en bij Tapis in Kuurne. In totaal heeft Mohammed heeft 43 jaar keihard gewerkt, het pensioen kwam geen dag te laat. Nederlandse les heeft hij nooit gevolgd. Hij heeft de taal een beetje al doende moeten leren, met vallen en opstaan.

Mohammed was de eerst van zijn familie die de oversteek naar Europa maakte. Drie van zijn broers zijn gevolgd. Zij zijn gekomen in 78, 79 en 80, na de migratiestop. Er was nog steeds geen werk in Algerije. Omdat ze bij BST handen te kort kwamen, hielpen ze met het regelen van de papieren voor de gebroeders Gacem. Als de baas het zag zitten om de administratie op zich te nemen, kon je op die manier nog altijd mensen overbrengen.

Zijn moeder vond het vreselijk, om al haar kinderen te zien vertrekken. Zijn vader begreep het, maar toen hij ouder werd, heeft hij ze meermaals gevraagd om terug te keren. Maar dat was voor Mohammed geen optie meer. Hij gaat nog wel eens op vakantie naar Algerije, maar hij zou er nooit meer kunnen leven. In Vlaanderen kan hij leven voor zichzelf en is hij vrij, zijn thuisland vindt hij verstikkend.

In 1980 heeft hij het nog wel even geprobeerd, om terug te keren naar Algerije. Hij had heimwee en hoopte om met zijn spaargeld een kleine busmaatschappij op te richten. Maar het duurde een eeuwigheid om alles geregeld te krijgen. De Algerijnse administratie werkte zo traag dat Mohammed na 6 maanden nog altijd nergens stond. Intussen liep hij wel het risico om zijn bruggen te verbranden. Hij moest terug naar België om zijn verblijfsvergunning te kunnen behouden. Het idee van de busmaatschappij belandde in de prullenmand en hij ging terug naar de fabriek.

Mohammed is al sinds zijn jeugd actief bij de karateclub van Kortrijk, waar hij vandaag nog steeds lesgeeft aan de jonge gasten. Hij heeft een zwarte gordel, 7e dan. Hij is ook ooit eens naar Japan gereisd om daar de oorsprong van de gevechtsport te ontdekken.

INTERVIEW